Vincent Hoogerwerf
- woensdag 14 januari 2026

Ik kwam nog een oude fondsnippers van mezelf tegen van 2016!!
En eigenlijk denk ik er nog steeds hetzelfde over! Daarom publiceer ik hem nog eens.
""""Fondsnippers Februari 2016
Lekker bezig op de eigen hokken
Over erfelijkheid en de goede en de slechte speelkaarten (genen)
En vakmanschap is meesterschap!
In de vorige Fondsnippers bijdrage beschreef ik vele winteractiviteiten. Leuk om te doen maar toch ben ik zelf toch het liefste met de eigen duiven bezig.
Lekker rommelen op de hokken (dagdromen over nieuwe koppelingen en supers!?) en dag voor dag de zaak dichter bij een succesvol vliegseizoen brengen. En natuurlijk de toekomst waarborgen door een mooie ronde jonge duiven te kweken voor de eigen hokken. Dit allemaal obv een vooraf bepaalde planning die als leidraad dient.
De duivensport is naast het hebben van een plan, vooral een praktische bezigheid. De één doet er meer voor dan de ander. Dat heeft met prioriteiten stellen en drive te maken. Zelf ben ik best fanatiek zonder er een slaaf van te zijn. Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.
Daarnaast is het ook zo dat sommigen er duidelijk meer slag van hebben om met dieren om te gaan. Zij kunnen alles uit hun duiven halen. Er is naast verschil in kwaliteit van de duiven dus ook veel verschil in de kwaliteit van de liefhebber. Maar niemand is te oud om te leren en zich te ontwikkelen.
Er zijn specialisten die er op de vluchten alles uit halen maar ook mensen die de gave hebben om kweekkoppels samen te stellen. Dat is een waarheid die ik in die 40 jaar dat ik duiven heb meerdere malen heb mogen ondervinden.
De besten zijn hen zijn vaak degenen die spelen - kweken met een idee en er vervolgens een simpel selectie spelletje van maken. Op hokken waar de selectie niet meer zijn werk doet loopt de kwaliteit in 99% van de gevallen zienderogen terug. Tegenwoordig verlopen de concoursen snel, is de concurrentie groot en een topduif, die niet in topforme zit (en dus ook niet gemotiveerd is) zit echt in het grote peleton en niet in de kopgroep. Maar een beperkt aantal onder ons heeft een echte kennersblik en ziet wellicht iets meer. Iets wat voor de kweek en de rasverbetering zeker van pas kan komen. Zij kunnen een duif beoordelen op hun elementen en hebben een duidelijk vast omlijnd idee over een koppeling.
Duiven zijn levende wezens en geen papieren tijgers.
We vliegen en kweken met echte duiven en niet met stamkaarten. De laatste kunnen nog zo mooi zijn, 100% garantie bestaat niet en zal ook nooit bestaan. BEWEZEN kwaliteit is waar het om draait. Ook uit topkoppelingen op papier en in de praktijk komt helaas veel “afval”.
De geschiedenis heeft dat geleerd. Kijk wat Piet de Weerd in zijn mooie boeken schreef over de vele nationale winnaars die werden getransfereerd naar het land van de rijzende zon. De nakweek viel zoals altijd tegen. Zoveel echte goeie worden er ook niet gekweekt. Hij adviseerde om er aan de andere kant een bewezen ingeteelde stam tegen aan te zetten namelijk Janssen A.!? Ik ben daar zelf trouwens geen voorstander van, maar dat terzijde. Wel om aan de andere kant een zekere vastigheid in te bouwen.
Goede kwekers zijn zeldzaam en koppels die meerdere toppers produceren zijn nog zeldzamer. Het hele duivenland spreekt daar al snel over. Zo niet de gehele wereld en met de juiste marketing wordt heden ten dage een goudader aangeboord. De hype is begonnen.
Ik geloof zeker in het bestaan van dominante verervers en in mindere mate in superkoppels. Op de eigen hokken was die topvererver onmiskenbaar de JONGE STAYER en zijn nazaten die alles op een hoger plan hebben gebracht. Het Blauwe Koppel waar Koese en zn vooral regionaal furore hebben gemaakt was een voorbeeld van een superkoppel. Had dit bij één van de beroemde iconen gezeten dan hadden de chinezen de deur plat gelopen en hadden ze hun bakkerszaken kunnen verkopen!
Het hele genenspel is net zoiets als een kaartspel. Je moet wat geluk hebben om goede kaarten uit een stok te trekken. Maar naarmate er meer azen in het stok zitten heb je natuurlijk wel meer kans op een aas.
Vaak zijn hele goede duiven in kruising min of meer toevalstreffers en niet fokzuiver. Hun kinderen kunnen de slechte kaarten die in het stok zitten wel erven. Heb je eenmaal een aantal excellente duiven die familie van elkaar zijn dan lijkt het niet onverstandig om dit middels inteelt vast te leggen. Maar met deze koppelingen loop je wel een risico dat ook de mindere eigenschappen zuiver worden gemaakt en de vitaliteit terugloopt (hoewel deze kruisen dan weer snel op nivo te krijgen is. Inteelt vereist veel vakmanschap, dat is zeker.
De eigen kweekstrategie!?
Een groot woord maar naast het gevoel hanteer ik wel een aantal uitgangspunten bij het samenstellen van de kweekkoppels.
Zelf maak ik gebruik van enigszins verwijderde inteelt, maar ook zeker maak ik gebruik van het intelen van andere kwekers. Ik probeer toch toch aan beide kanten van de stamkaart terug te kweken naar beroemde verervers.
De ouders en grootouders moeten zoveel mogelijk topduiven zijn. Asduiven blijft daarbij een belangrijk kompas. Daarnaast maak ik in mijn kweekstrategie een duidelijk onderscheid tussen Barcelona duiven en het non stop type. Ik probeer dan zoveel mogelijk zuiver te houden. Zeker op onze afstand kan je alleen excelleren op veel vluchten als ze er s’avonds doorkomen. Noordelijker geldt dat minder en is de eigenschap en wil om s’nachts door te gaan en een grote tank te hebben allesbepalend . Bij onze zoektocht van TopPigeons in den lande zag je zeker verschillen tussen de type duiven in het noorden en in het zuiden.
Bij de koppelingen zet ik nooit twee superrassige duiven op elkaar maar zoek het meer in de koppeling ras x geweld.
Erfelijkheid en duivenkweek blijft echter een kansspel! Wie selectie door de mand voorop blijft stellen raakt niet zo gauw van het padje af. Maar enig vakmanschap en een idee waar je met het type van je duiven naar toe wilt (de stip op de horizon) blijft wel belangrijk voor een kweker.
Goed voorbeeld in deze blijven voor mij een Ko van Dommelen en voor Barcelona duiven Cor de Heijde en een man die groot geworden is met zijn duiven Frans Bungeneers. Iemand die een duidelijk idee heeft over de duivenkweek en ontwikkeling van een Barcelona type. Zeer gericht wordt hier met het beste materiaal naar toe gekweekt en de successen blijven dan ook niet uit. Ook een Cees van der Laan moet over zulke kwaliteiten beschikken gezien de vele koters die met zijn duiven zijn gemaakt. En het aantal referenties dat Jac Steketee heeft (inteler pur sang) is ongekend!!
Maar voor de duidelijkheid ook zij kweken veel meer slechte dan goede!
Echte stammen zijn er niet zoveel in de duivensport. Commercieel wil men dat U graag laten geloven maar in de wereld die ik ken zie ik er niet zoveel. Wie deze bezit valt daarbij vaak niet op door vliegprestaties!?
Zelf investeer ik het liefste in kinderen van asduiven, meervoudige kopvliegers uit een goede familie of koop de crack zelf. En daarnaast er bestaat ook nog zoiets als tussen de regels door kunnen lezen. Hoeveel goeie heeft de crack al gegeven. Er worden maar zo weinig echte goeie gekweekt. Waar woont men? Hoe is de concurrentie? Heeft men veel referenties. Op welke afstand speelt men (afstandsgeschiktheid is ontzettend belangrijk) enz. enz. En dan nog zekerheden bestaan niet in de duivensport! Gelukkig maar! Maar neem van mij aan dat bij echte kampioenen de cirkel rond is en dat het bezit van goede duiven daar gekoppeld is aan een breed vakmanschap! """"





































