
De Vitesse specialist uit Antwerpen had liever niet dat ik zijn naam noemde, maar terwijl het seizoen in Nederland nog moet beginnen heeft hij al enkele duiven uit geselecteerd.
Dat zijn duiven die van alle drie de gespeelde vluchten misten.
Ook moest er een uit die nog niet miste maar geen enkele keer in de eerste helft van de prijzen zat. Voor een fond speler gelden andere wetten, maar op Vitesse bewijst decennia lang onafgebroken steengoed met de duiven spelen het gelijk van de Antwerpenaar.
ZONDAG
Wat het weer betreft, een o zo belangrijk element in duiven’sport’, mogen de vroege starters niet klagen. Ook afgelopen zondag weer prima.
De Antwerpenaren zitten al op Noyon, met nog niet te veel duiven, de focus was gericht op Quievrain.
De verschillen waren groot tot meer dan 200 mpm voor de winnende duiven.
Beerzel, waar Gaston v d Wouwer zijn iconische Kaasboer haalde (Jef Goovaerts), is wat onderbelicht maar daar wordt op Vitesse bijzonder sterk gespeeld. Nu weer een concoursduur van goed 5 minuten.
Er vlogen overigens maar 102 duiven ingezet door 12 liefhebbers. Was daar ooit wel anders. In Hulshout vlogen 29 jaarlingen. Nu al zo minimaal? Hoeveel gaan dat er over een maand nog zijn? Was in de tijd van vriend Theo (IJskout) wel anders.
Wat ze daar wel goed doen is veel namen op de uitslag zetten door na de laatste prijswinnaar per drietal een aantal overduiven toe te voegen.
Ook opvallend, maakte de snelste duif 1.932 mpm in Brasschaat, van Soissons en Dizy lagen de snelheden heel wat lager en werd de 1.500 mpm niet eens gehaald zo ver ik kon zien.
Een verschil van bijna 500 meter op EEN minuut is overigens immens.
Ga er van uit dat de datums correct zijn en het vluchten op dezelfde dag betrof.
-----------------------------------------------------------------------
Als mijn vrouw boodschappen gaat doen is dat zelden zonder prijzen te vergelijken. En na het inkopen worden vaak kassa bonnetjes gecontroleerd.
Niet dat ze gierig is; ze houdt niet van onnodig geld ‘prossen’ (morsen) zoals men hier zegt. En wetende dat zij zo is, doe ik dat ook niet.
Zo heb ik me in de loop der jaren aangeleerd welke supplementen voor duiven zin hebben en vooral welke gèèn zin hebben. Nutteloos zijn dus.
ANDERS
Ik weet dat velen het met me oneens zijn. Daaronder ook grote kampioenen.
So what? Ik schreef lang geleden eens over badzout als zijnde 'zonde van de centen'.
Dr. Peters had me verteld dat een scheut azijn en wat zout zeker zo effectief waren.
En die man heb ik hoog staan.
Ene B, denkt daar anders over, maar die verkoopt (naar eigen zeggen) dan ook het ‘beste badzout van heel de wereld’.
Anders denken dan schrijver dezes deed ook Jef Descheemaecker.
Met hem had ik goede contacten en heb voor hem zelfs nog in een forum gezeten op het kweekstation. Dat ik dat nog weet is vanwege het rumoer in de zaal.
Misschien was ik saai, gaf ik niet de antwoorden die de liefhebbers verwachtten maar dat gold dan ook voor mede panel lid Andre Roodhooft en die vond ik nooit saai.
Wel, Jef belde na dat artikel over zout en azijn in het badwater en zei dat het badzout dat zijn firma verkocht wel degelijk van grote waarde was.
We waren het dus oneens, maar nogmaals ‘so what?’
Zo vind ik dat goede duiven er ook (of vooral) met (sterke) wind mee moeten zijn. P Theunis, toch een prima speler, denkt daar anders over.
En weer ‘So what?’ Sommigen kunnen er niet goed tegen als sportgenoten anders denkenden. Die zijn in hun ogen dom, of erger, men wordt kwaad op ze. Alsof je al geen eigen mening mag hebben. Het getuigt van weinig hersens.
BIJPRODUCTEN
Lezers weten dat ik over veel supplementen sceptisch ben en ik ben zeker niet de enige. Icoon Bas Verkerk: ‘Ik zou niet weten wat er mis is met zuiver water.’
Bas ook: ‘Het is in duivensport eerder een kwestie van los laten dan van toe voegen.’
Wat hij bedoelt moge duidelijk zijn.
Geert Doppenberg, nog zo’n (landelijke) topper:
‘Je moet duiven geven wat ze nodig hebben, maar vooral niet geven wat ze niet nodig hebben.’
‘Hij is de zoveelste die beter ging spelen toen hij minder medicijnen ging geven en ook minder supplementen’, aldus. E.J.E.
Als je ziet hoe in landen als China, Taiwan, Amerika en Japan met overtollige rommel wordt geadverteerd krijg je medelijden met de liefhebbers daar.
Zoals je ook medelijden krijgt met beginners die bij de voerboer al die voor duiven overtollige rommel binnen slaan terwijl ze, en soms ook nog de vrouw, over uren maken om de hobby te bekostigen.
JA MAAR
‘Ja, maar fond is wat anders. Dan hebben ze die supplementen zeker nodig’, hoor je soms. En ook: ‘Jij weet zeker niet wat wielrenners allemaal slikken en hoeveel belang er aan hun voeding wordt gehecht?’
Dat weet ik dus wel. En wat ik ook weet is dat vooral uitblinkers in onze sport recht van spreken hebben. Mannen zoals de jonge Sil van Vliet en zeker ook Jellema.
Net als ik geloven ze in heel weinig.
Interessant is ook te horen hoe de Belgische kampioen Lossignol zijn geloof in supplementen verloor.
Op een kwade (?) dag was al het spul dat hij extra aan zijn duiven gaf op.
Of hij te laks, te vergeetachtig of te lui was om alles terug aan te vullen werd niet vermeld, maar feit is dat zonder die supplementen niet de terugval volgde die hij vreesde. Eerder integendeel.
Nogmaals, niemand hoeft het met me eens te zijn. Speel je goed, en meen je dat mede te danken aan supplementen doe gewoon door waar je mee bezig was.
Voor al die twijfelaars, dat zijn misschien wel de meeste, volgend advies:
Geef een deel van je duiven die bijproducten waarin je gelooft, je andere duiven niet en ga dan vorm en prestaties vergelijken. Empirie noemen ze dat.
HELEMEEL NIETS?
Of er dan helemaal niets is waarin ik een beetje geloof? Dat is een ander uiterste.
Van elektrolyten geloof ik niet dat het iets toevoegt maar WEET ik het. Belgasol heeft haar/zijn? nut bewezen bij opgroeiende jongen in het nest.
Ook in Sedochol geloof ik een beetje, mede omdat het van een firma komt met wereldnaam en is geregistreerd. Dat laatste gebeurt niet zo maar voor een product dat eigenlijk bestemd is voor honden, paarden en katten.
Bewijzen kan ik niets behalve dat je na het toedienen binnen een week al merkt hoe zachter de pluimen worden.
Vroeger kwamen hier geregeld liefhebbers uit het verre oosten.
Een dag of tien voor hun bezoek kregen de duiven om de andere dag Sedochol.
‘Wat een pluimen, zo zacht zie je zelden’, was dan een veelgehoorde opmerking.
‘Een goede eigenschap van duiven’, voegde men er aan toe.
En van Sedochol ging het door me heen.
HET ALLERVOORNAAMSTE
Wat 100% zeker een goed supplement is? Grit.
Mogelijk zelfs het voornaamste, zo meen ik.
Waarom je er dan zo weinig over hoort of leest? Het is zwaar, onhandig en… er is amper iets mee te verdienen. Alleen dwazen adverteren met iets waaraan niets te verdienen is. Verder, en dat geldt voor alle facetten van duivensport: Niet te snel conclusies trekken.
ALS
Als je ook eens iets uit probeerde en als dat gevolgd werd door een ogenschijnlijk betere conditie en betere prestaties bewijst dat nog niets.
Kan met name ook met veranderend weer te maken hebben.
Ander weer kan immers de vorm enorm beïnvloeden. Positief of negatief.
Kijk maar eens hoe het dons gaat sneeuwen en hoe droog de koppen worden als vorst alle vocht uit de lucht haalt.
In het seizoen zie je soms dat een hok plotseling begint te presteren, en ook het omgekeerde; dat sprake is van een plotse terugval. Het heeft vaak met het weer te maken. Als duiven van ‘Piet’ met warm weer steeds excelleren zouden zijn duiven daarvoor beter geschikt zijn. Zo zegt men dan.
Is dat ook zo? Mogelijk kwam er meer vorm op het hok de dagen vòòr de vlucht door veranderend weer. En wat meer vorm betekent is bekend.
ROOKBLOKJES
En die fameuze rookblokjes dan? Weer kan ik niets bewijzen, maar te veel goede spelers gebruiken ze naar volle tevredenheid om die niet serieus te nemen.
Zeker is dat ze geen kwaad kunnen.