
Zo is de titel van een boek van Erasmus wat ik in mijn studententijd moest lezen. Nadien kwam ik in een dorp terecht waar het woord ‘Zot’ bijna alledaags werd. Volgt u maar eens mee.
VLIEGEN?
Al gauw gaan we/ze weer vliegen. Wie ‘we’ en wie ‘ze’ zijn hangt af van waar je woont. Is dat in Belgie dan is dat voor jou ‘we’. Dat belooft in mijn woonplaats weer bizarre toestanden, zoals destijds toen er ook vogelgriep was.
De Belgen konden vliegen, wij mochten niet en konden bij hen gaan letten. Dat kon bij de buurman zijn.
Maar het kan nog gekker:
Ook omdat virussen zich bij de grens niet laten tegenhouden was er in het Belgisch dorpje Weelde (5 km. van mij vandaan) een besmetting geconstateerd op een fazantenboerderij.
'Wij' konden met duiven spelen meteen vergeten, voor de Belgen was er niets aan de hand. Zelfs niet voor de liefhebbers in Weelde die woonden in de straat waar de besmetting was geconstateerd.
Zo kon het in Baarle gebeuren dat de een rustig in kon gaan manden voor Quievrain met de duivenmand achter op de fiets, terwijl diens (Nederlandse) sportgenoot een boete riskeerde vanwege... een duivenmand achter op de fiets.
NIET AAN TE RADEN
Wilt U foto's komen nemen van dat cafe waar de biljartballen over de grens rolden? Niet doen.
Als je pech hebt kom je niet door het dorp heen vanwege een onafzienbare rij auto’s die staan aan te schuiven bij een Belgische benzine station. Je zou voor minder. De prijs voor een volle tank kan 40 euro schelen.
Een half uur aanschuiven levert dus het aardige uurloon van 80 euro op.
Dat wachten kan overigens een stuk langer worden nu steeds meer automobilisten ook nog enkele lege jerrycans mee brengen om die te vullen.
OOK DAT
Natuurlijk worden wij, bewoners, niet vrolijk van die enorme drukte want nog maar pas hebben we die andere crisis achter de rug: Kopers van vuurwerk. Soms stonden ze in rijen van tot 300 meter aan te schuiven.
Nog gekker was het tijdens de coronacrisis: Toen kon je zo zien of je met Nederlanders of Belgen te doen had. De eerste liepen (verplicht) met een kapje op door het dorp, Belgen zag je niet lopen. Die LAGEN. In een deuk. Maar het kan nog gekker. Met name in die winkels waar de grens dwars doorheen loopt. In het Nederlandse deel, bij de herenkleding, moest dat kapje op, waar bedden werden verkocht mocht dat af.
En daar is geen letter van gelogen of overdreven.
GELUKKIG
Over sommige dingen moet je niet te veel nadenken. Ik verzet met mooi weer mijn zinnen door de natuur in te gaan. En vandaag had ik geluk. Tot mijn grote vreugde zag ik een koppel van mijn favoriete vogels (kieviten) druk in de weer. Meen dat ze eieren hadden want een ervan hield een schijngevecht met een buizerd. Fascinerend was dat.
Het was ook nog op een akker recht tegenover het huis van een duivenmelker: Jos van Dun, woonachtig tussen Ulicoten en Meerle. Vraag me niet in welk land.
B B, nog niet zo lang duiven, stuurde me enkele weken terug een mail waarvan de ellende afdroop plus foto.
Op de foto een blik in het jonge duivenhok, maar wat een ongelooflijke troep.
De vloer was een vieze poel van natte mest, een dweil zou te pas komen en ook de schabjes waren groenkleurig en bijgevolg hadden nogal wat jongen ook vieze groen gekleurde smurrie staarten.
Bij zulke beelden denk ik soms aan de te vroeg gestorven Brabantse Kampioen Frans de Hoogh uit Rijen, familie van de mannen die nu goed bezig zijn. Frans was pas tevreden over de conditie van zijn duiven als hij de strontjes tussen duim en wijsvinger op kon pakken. Fonske Jacobs, bij wie William Geerts ooit zijn vooruitvliegers haalde was er nog zo een.
‘En toch doe ik er alles voor’, schreef B en toen volgde een reeks supplementen die zijn duiven kregen. Het ene moest over het voer, het andere in het drinkwater.
Niet een dag dat ze niets extra kregen.
Vooral de elektrolyten gecombineerd met de dagelijkse portie mineralenpoeder en piksteen deden mijn wenkbrauwen de hoogte in gaan.
ZOVEELSTE
Stop onmiddellijk met ALLES, adviseerde ik. ‘Vanaf nu, water, voer en grit.’
Binnen een week al een heel wat vrolijker mail terug.
De zoveelste die enthousiast werd en/of beter ging spelen na het weglaten van zo veel wat duiven niet nodig hebben. Makkelijk is dat zeker niet. Het vereist wilskracht.
Johan Cruijff destijds: ‘Niets is moeilijker dan simpel spelen.’
Bas Verkerk, de Cruyff in de duivensport: ‘Zou niet weten wat er mis is met zuiver water drinken.’
ELEKTROLYTEN
Vooral met elektrolyten is het op passen. De duiven van B kregen die dagelijks en mogelijk was dat de grootste oorzaak van diens ellende.
Elektrolyten geef je alleen indien nodig en hoogstens anderhalve dag. Bijvoorbeeld zaterdag na thuiskomst en de dag daarop. Met een teveel verstoor je het metabolisme.
Met andere woorden: Al die zouten die duiven binnen krijgen verstoren de zout- en mineralenbalans.
Door dat zout ook gaan ze mogelijk te veel drinken en het belast de nieren.
B nog: ‘Ja, maar ik had er zo veel goeds over gelezen.’
Kan zijn. Maar ik zeg het vaker: Bij veel van wat een liefhebber over duiven leest zou die zich twee vragen moeten stellen:
-Waarom is het geschreven?
-Door wie is het geschreven?
Hij zou er niet dommer van worden.
Wat me afgelopen winter is opgevallen?
Dat de vergaderingen in duivensport zo veel vlotter verliepen als voorheen.
Dat er zo weinig ruzie wordt gemaakt. Is dat vanwege het besef dat men elkaar zo hard nodig heeft? Hoe anders was het ooit. Het leek of sommigen provoceren tot kunst hadden verheven. Heb je grieven? Niets mis mee. Maar ‘c‘est le ton qui fait la chanson.’ Ofwel: Hoe uit je je grieven?
Een foute toon kan immers de boodschap verdringen.
DOMSTE
En zijn het meestal niet de domste die het grootste woord hebben?
Lang voor de geboorte van Beute zei filosoof Russell het al: de fundamentele oorzaak van veel problemen in deze wereld is dat domme mensen zelfverzekerd zijn en intelligente mensen vol twijfels zitten.
Wat goede leiders van andere onderscheidt is dat ze zich omringen met de beste mensen.
Verheugend te vernemen dat er nog mensen zijn die zich niet neerleggen bij de ondergang van duivensport. Veelal mensen die niet te oud zijn en niet te incompetent om daadkrachtig op te treden. Vechters zijn het die willen voorkomen dat de sport vanzelf implodeert.
Laten we een koe een koe noemen. De neergang is verontrustend. Niets doen is geen optie. Dan is de kans op voortbestaan kleiner dan de anus van een mug.
GOED VOORSTEL
Met kritiek is weinig mis. Met name de berekening van veel kampioenschappen haalt niet eens het niveau van de belachelijkheid.
Het allerslechtste is een kampioenschap waarbij de eerst geconstateerde duif telt.
Dienaangaande heeft club 1902 (Ulicoten, Baarle, Chaam, Gilze) voor Rayon Wit Afdeling ZW een zinnig voorstel in gediend. Een duif per tien, zoals het nu is? Zelfs een ‘grote inmander’ als Evert Jan E vindt dat in elk kampioenschap het prijspercentage mee moet tellen. Vier duiven tellen weerspiegelt meer de verdienste en waarde van de prestatie . Enfin, Lees maar eens mee.
Voorstel Club 1902:
Ons voorstel is om het onaangewezen kampioenschap de berekeningsmethode te gebruiken die in het voormalig samenspel de langstraat gehanteerd werd. ( 1 op 3) Voorbeeld: 12 duiven gekorfd, de punten van de eerste 4 gekolkte duiven delen door 4. Indien er van de 12 ingekorfde duiven er maar 3 geklokt zijn is het de punten van die 3 delen door 4.
Zoals het nu voorgestel is dat er 1 per 10 tal die telt. Hiermee tel alleen 1 “vroege’ duif op 10 duiven. Ofwel wanneer de overige 9 arriveren is niet meer van belang. In de voorgestelde methode van voorheen is het van belang dat liefhebber zijn ‘eigen’ deel in de prijzen heeft.